Vragen & antwoorden
Welke capaciteitentest krijg ik eigenlijk?
In Nederland komen kandidaten vooral tests van Ixly, Talogy (Cubiks), PiCompany en SHL tegen. Wat de verschillen zijn, en waarom dat voor je voorbereiding minder uitmaakt dan je denkt.
3 min leestijd
Een van de eerste vragen die opkomt na een uitnodiging voor een assessment is: wat voor test ga ik precies maken? Die vraag is begrijpelijk, want de naam in de uitnodiging zegt vaak weinig. Het antwoord is dat er in Nederland een handvol uitgevers is waar de meeste capaciteitentests vandaan komen, en dat je met een beetje zoeken meestal wel achterhaalt met welke je te maken krijgt.
De uitgevers die je het vaakst tegenkomt
Ixly is een Nederlandse testuitgever die tests ontwikkelt in samenwerking met universiteiten. Hun Adaptieve Capaciteiten Test, meestal afgekort tot ACT, meet algemene intelligentie en past zich tijdens het maken aan je niveau aan. Je komt deze veel tegen bij Nederlandse werkgevers en loopbaanbureaus.
Cubiks is inmiddels onderdeel van Talogy, maar de naam leeft voort in de Logiks-tests. Die bestaan in drie zwaartes, van een korte algemene versie tot een uitgebreide variant voor functies op academisch niveau. Zie je Logiks of Cubiks in je uitnodiging staan, dan weet je dat je met deze familie te maken hebt.
PiCompany hoort bij GITP en levert de Connector Ability. Die test is interessant om te noemen omdat de opbouw ervan openbaar is: hij bestaat uit figuurreeksen, matrices en cijferreeksen, en is net als de ACT adaptief. Wie zich daarop wil voorbereiden, weet dus vrij precies welke drie vraagtypen hij moet oefenen.
Daarnaast is SHL actief in Nederland, vooral bij internationale werkgevers, en zijn er kleinere aanbieders zoals TestGroep. De markt beweegt bovendien: uitgevers worden overgenomen en tests krijgen nieuwe namen. Wat hier staat klopt op het moment van schrijven, maar controleer altijd je eigen uitnodiging in plaats van te vertrouwen op een lijstje.
Waarom het minder uitmaakt dan je hoopt
De verleiding is groot om te zoeken naar oefenmateriaal van precies de uitgever die jij krijgt. Toch is dat maar beperkt zinvol, en wel om twee redenen. De eerste is praktisch: geen enkel onafhankelijk oefenplatform heeft de echte items van een officiële test, dus wat je oefent is hoe dan ook nagemaakt materiaal. Wie iets anders beweert, belooft iets wat hij niet kan waarmaken.
De tweede reden is inhoudelijk belangrijker. Onder de merknamen zit een verrassend beperkt aantal vraagtypen. Cijferreeksen, letterreeksen, figuurreeksen, matrices, verbale analogieën en het lezen van tabellen en grafieken komen bij vrijwel alle uitgevers terug, in wisselende samenstelling en met verschillende tijdslimieten. Wie die vraagtypen beheerst, is voorbereid op de meeste tests die hij kan tegenkomen.
Wat je wél kunt doen met deze informatie
Weet je welke test je krijgt, gebruik die kennis dan om je oefentijd te verdelen in plaats van om ander materiaal te zoeken. Krijg je bijvoorbeeld de Connector Ability, dan is het zinvol om je uren vooral in figuurreeksen, matrices en cijferreeksen te steken, en minder in verbale onderdelen die in die test niet voorkomen.
Is de test adaptief, wat bij zowel de ACT als de Connector Ability het geval is, houd er dan rekening mee dat de vragen moeilijker worden naarmate je het beter doet. Dat voelt onaangenaam, alsof je het slechter doet dan verwacht, maar het is juist een teken dat het goed gaat. Kandidaten die dat niet weten, raken halverwege van slag; wie het wel weet, werkt rustiger door.
En kom je er niet achter welke test het wordt? Dan is een brede voorbereiding over alle veelvoorkomende vraagtypen de veiligste keuze, met wat extra aandacht voor de onderdelen waar je uit een nulmeting zwak op scoort.
Klaar om het in de praktijk te brengen?