Een cognitieve capaciteitentest meet hoe iemand redeneert met cijfers, taal en abstracte patronen, los van wat iemand al weet uit opleiding of ervaring. De vragen gaan over het herkennen van logica in reeksen, het afleiden van relaties tussen woorden, of het doortrekken van een patroon in figuren.
Dit soort tests wordt gebruikt in selectieprocedures omdat het een indicatie geeft van hoe snel en accuraat iemand nieuwe informatie verwerkt, ongeacht vakkennis. De vragen zijn meestal onderverdeeld in categorieën zoals numeriek, verbaal en abstract redeneren, elk met een eigen tijdslimiet.
Belangrijk om te weten: er bestaat niet één standaardtest. Verschillende testuitgevers en organisaties gebruiken eigen vraagvormen, tijdsdruk en normering. Oefenen gaat daarom vooral over het onder de knie krijgen van veelvoorkomende vraagtypen en oplosstrategieën, niet over het uit het hoofd leren van één specifieke test.
Klaar om het in de praktijk te brengen?