De meeste cijferreeksen zijn opgebouwd uit een vaste regel die je stap voor stap kunt achterhalen. Veelvoorkomende types zijn een constant verschil (steeds plus drie), een oplopend of aflopend verschil (plus twee, plus vier, plus zes), vermenigvuldiging of deling, en twee afwisselende deelreeksen die door elkaar heen lopen.
Een werkbare strategie: bereken eerst het verschil tussen opeenvolgende getallen. Is dat verschil zelf niet constant, kijk dan of het verschil zelf een patroon volgt (oplopend, verdubbelend). Klopt er nog steeds niets, controleer dan of de reeks uit twee losse reeksen bestaat door alleen naar elke tweede term te kijken.
Let op bij negatieve getallen en tekenwisselingen, want die worden vaak bewust ingezet om automatische aannames te doorbreken. Reken liever één stap te veel na dan te weinig, zeker bij reeksen die in het begin te makkelijk ogen.
Klaar om het in de praktijk te brengen?