Ja, tot op zekere hoogte. Oefenen verbetert vooral je vertrouwdheid met vraagvormen, je snelheid in het herkennen van patronen en je strategie om afleiders uit te sluiten. Dat zijn vaardigheden die direct doorwerken in je score.
Wat oefenen niet verandert, is je onderliggende redeneervermogen zelf: dat blijft relatief stabiel. De winst zit dus in uitvoering, namelijk minder tijd kwijt aan het begrijpen van de vraagvorm, minder rekenfouten door haast, en een betere inschatting van wanneer je een vraag moet laten liggen.
Reken niet op wonderen na één avond oefenen. Consistente, verspreide oefensessies (bijvoorbeeld twintig minuten per dag over een week of twee) leveren meestal meer op dan één lange sessie vlak voor de test.
Klaar om het in de praktijk te brengen?