Verbale analogieën vragen je om een relatie tussen woorden te herkennen en diezelfde relatie op een nieuw woordpaar toe te passen, met één of twee open plekken.
Gratis: 5 oefenvragen per vraagtype + onbeperkte niveauscan. Volledige toetsen en onbeperkt oefenen zitten in Compleet.
Zelfstandig ontwikkelde oefentoets, geen officiële selectieafname.
Wat is dit onderdeel?
Een klassieke vorm is: A staat tot B zoals C staat tot ? Je moet synoniemen, antoniemen, deel-geheel, oorzaak-gevolg en andere woordrelaties snel herkennen. Dit is het hart van wat in assessmentrapporten verbaal redeneren of verbaal inzicht heet, en het komt terug in vrijwel elke capaciteitentest waarin taal een rol speelt.
Voorbeelden met uitleg
Bekijk hoe zo’n opgave eruitziet en welke regel erachter zit. Daarna kun je zelf oefenvragen maken.
Uitleg analogie Hand tot Vinger als Voet tot Teen (deel-geheel)
Uitleg analogie Boom tot Blad als Boek tot Bladzijde (deel-geheel)
Uitleg analogie Hond tot Dier als Roos tot Bloem (categorie)
Uitleg analogie Pen tot Schrijven als Schaar tot Knippen (functie)
Uitleg analogie Groot tot Klein als Snel tot Langzaam (tegenstelling)
Uitleg analogie Dag tot Nacht als Warm tot Koud (tegenstelling)
Uitleg getalanalogie 2 tot 6 als 5 tot 15 (keer 3)
Uitleg getalanalogie 3 tot 9 als 4 tot 16 (kwadraat)
Uitleg getalanalogie 10 tot 5 als 8 tot 4 (gedeeld door 2)
Voorbeeldopgaven
Zo ziet een opgave eruit
Hieronder staan drie verbale analogieën met de volledige uitwerking erbij. Ze lopen op in moeilijkheid en zijn bedoeld om te laten zien hoe je zo'n opgave aanpakt, niet alleen wat het juiste antwoord is. Probeer hem eerst zelf en klap daarna de uitwerking open.
Voorbeeld 1
Basis
Welk woord maakt de analogie kloppend?
arts : ziekenhuis = docent : ?
Aleerling
Bschool
Clesboek
Dexamen
Toon uitwerking
Juiste antwoord: B
De kunst bij analogieën is om het verband eerst in een korte zin te vatten voordat je naar de opties kijkt. Hier is dat: een arts werkt in een ziekenhuis. Dat is een verband tussen beroep en werkplek.
Pas je diezelfde zin toe op een docent, dan is het antwoord school. De andere opties horen wel bij het onderwijs, maar ze vullen een ander verband in: een leerling is geen werkplek, en een lesboek en een examen zijn gereedschap en uitkomst. Precies dat is waar afleiders op mikken, namelijk woorden uit het juiste onderwerp maar met de verkeerde relatie.
Voorbeeld 2
Gevorderd
Welk woord maakt de analogie kloppend?
kompas : richting = thermometer : ?
Awarmte
Bweer
Ctemperatuur
Dkwik
Toon uitwerking
Juiste antwoord: C
Een kompas meet richting, dus het verband is instrument en de grootheid die het meet. Een thermometer meet temperatuur, en dat is het antwoord.
Warmte lijkt hier bedrieglijk veel op, en dat is niet toevallig. Warmte is een natuurkundig verschijnsel, temperatuur is de grootheid waarin je het uitdrukt; een thermometer geeft die grootheid weer. Kwik is het middel waarmee sommige thermometers werken, vergelijkbaar met de naald in een kompas. Bij analogieën loont het om de bijna-goede optie hardop te toetsen aan je eigen zin.
Voorbeeld 3
Pittig
Welk woord maakt de analogie kloppend?
druppel : plas = vonk : ?
Ahitte
Blucifer
Crook
Dbrand
Toon uitwerking
Juiste antwoord: D
Een druppel is het kleine begin waaruit een plas ontstaat. Het verband gaat dus over schaal en gevolg: iets kleins dat uitgroeit tot iets veel groters van dezelfde soort.
Een vonk die uitgroeit wordt een brand. Een lucifer is juist de oorzaak vóór de vonk, rook is een bijproduct en hitte is een eigenschap, geen uitgegroeide versie. Bij dit type analogie is de valkuil dat je blijft hangen in het thema vuur en dan het eerste woord kiest dat daarbij past.
Deze opgaven komen uit dezelfde vraagbank als de oefensets hierna. Hoe die vragen gemaakt en gecontroleerd worden, en wat er bij die controle misging, staat in onze verantwoording over de vraagbank.
Direct oefenen
Start een set
Gratis: 5 vragen per type hieronder. Onbeperkt oefenen zit in Compleet.
Verbale analogieën (één gat)5 gratis
Relatie toepassen op een tweede woordpaar.
Verbale analogieën (twee gaten)5 gratis
Twee woorden kiezen die de relatie weerspiegelen.
Tips om beter te worden
Formuleer de relatie in één zin voordat je naar de opties kijkt.
Pas op voor antwoorden die thematisch passen maar de relatie missen.
Bij twee gaten: vul eerst de sterkste relatie in en check consistentie.
Train woordrelaties apart, dat versterkt analogieën direct.
Werk eerst nauwkeurig, daarna sneller; gokken kost vaak meer tijd.
Veelgestelde vragen
Wat zijn verbale analogieën?
Verbale analogieën zijn vragen waarbij je een relatie tussen woorden moet doorzien en toepassen op een nieuw paar. Ze meten verbaal redeneren, niet algemene kennis alleen.
Wat is het verschil tussen één gat en twee gaten?
Bij één gat ontbreekt één woord in het analogiepaar. Bij twee gaten ontbreken twee woorden; je kiest een combinatie die de relatie correct weerspiegelt.
Helpt oefenen echt bij analogieën?
Ja. Door veel voorkomende relatietypen te herkennen (synoniem, antoniem, deel-geheel, functie) los je sneller en met minder twijfel op, dat is precies wat tijdsdruk beloont.